Woensdag 15 juli

Vanmorgen werden we wakker en het regende flink.
Als het in Kenia regent, regent het ook echt goed!
Omdat we met een motor naar de school rijden, besloten we heel eventjes te wachten.

Al snel werd het droog en reden we naar de school.
Onderweg zagen we al flinke plassen.
En toen we van de weg de wijk inreden, werd het erg modderig.
Diepe plassen, dus we moesten goed oppassen.

Aangekomen op de school deden we eerst een rondje dining.
Daar werd echt heel hard gewerkt; ze zijn bezig met de vloer.
En in de keuken werden de aanrechtbladen gereedgemaakt voor de tegels.

Er werd vandaag ook van alles bezorgd.
Eerst kwam er een motor met de nieuwe wasbak. De volgende kwam weer zakjes cement brengen.
Ook de tafelbladen en de bovenkanten van de banken werden bezorgd.
Steeds meer komt alles een beetje binnen en wordt alles gereedgemaakt.

Vanuit de nieuwe keuken kijk je zo grade 9 in.
Daar zat Rose aan haar schoolwerk.
Ze zwaaide en wenkte of ik wilde komen.
Stiekem glipte ik door de keuken en voor de klas langs. Door de vensters deed ze haar verhaal.
Ze voelde zich niet goed. Ze wilde hulp, geld voor de dokter. Ze was heel erg overstuur en enorm angstig.

Het voelde niet goed, dus ik meldde het bij Nellie, de secretaresse van de school.
Zij zou het meisje uit de klas halen en vragen wat er aan de hand was.

De moeder werd gehaald, de leraar, de hoofdleraar en een keukenmedewerker, en daar begon het.
De moeder en het meisje deden hun verhaal.
Eindelijk kwam het boven tafel: de moeder vertelde dat ze ziek was in haar hoofd en dat ze beter maar naar Mombasa kon gaan. Dan zou ze geholpen worden, medicatie krijgen en zou ze alles vergeten.
De leraren waren meteen alert en drongen erop aan dat dit de grootste fout zou zijn.
Het meisje was niet ziek, ze oogde ook niet ziek.
Maar er was iets waar we niet achter kwamen.
Wie moesten we nu geloven? Wat wilde de moeder duidelijk maken? En wat ging er in dat meisje om?
Geld geven was sowieso het slechtste idee ooit; haar naar Mombasa sturen was nog dommer.
We keken elkaar aan en ineens schoot de gedachte door me heen.
Dokter Patroba. Een hele lieve, zorgzame dokter.
Die niet alleen de gezondheid van de mens voorop heeft staan, maar ook de ziel van de mensen en kinderen hier.
We besloten hem een bericht te sturen, met de oproep of we alsjeblieft langs mochten komen.

De moeder vertrok weer, de leraren doken weer de klas in en zelf besloten we af te wachten op een reactie van de dokter.

Job bleef bij de werkers van de dining en stak zijn handen uit de mouwen in en om de dining.
De schilders waren druk bezig, de aannemer kwam nog langs, dus er was genoeg te bespreken.

Zelf dook ik grade 2 in, de volgende klas die op de foto mocht.
Eerst alle kinderen apart, voor de sponsors in Nederland.
Daarna ook een mooie klassenfoto.
Ze waren net bezig met godsdienstles en op het bord stond Psalm 119:105.
De kinderen moesten de tekst uit hun hoofd leren en de ontbrekende woorden opschrijven.

Om de beurt werden ze naar voren geroepen.
De een kon het uit zijn hoofd en de ander las het voor.
Oh, wat was het fijn om de Bijbeltjes terug te zien, de bladwijzers en de kleurboekjes van de GBS die de vorige reis zijn uitgedeeld.

De kinderbijbel van Van Dam lag open en ook daar werd om de beurt een stukje uit voorgelezen.

Door het herhalen, het nazeggen en het uit het hoofd leren onderwijst de juf de kinderen uit de Bijbel.

De bel rinkelde, het was lunchtijd.
Precies op tijd, want we waren net klaar met foto’s maken.
De kinderen renden naar de keuken, waar de rijst met bonen al klaarstond.
Met daarbij een banaan!

De kinderen hebben zitten genieten.
Groot en klein, van deze maaltijd.

De mini’s wachten eerst totdat iedereen zit en dan bidden ze klassikaal hardop.
De juf houdt een oogje in het zeil, maar als de juf weg is… (als de kat van huis is….)

Zie de foto’s, waar we deden alsof we gebeld werden door de keuken en met een banaan deden alsof het een telefoon was. Oh, we hebben gegierd met ze.

We kregen een bericht dat we eind van de middag langs mochten komen met Rose.
Dus we regelden twee motors en zo reden we eind van de middag met de leraar en Rose naar de dokter.
Daar aangekomen waren we meteen aan de beurt.
Met z’n vieren zaten we daar, in de kleine praktijk.
In liefde en nederigheid sprak hij tegen het meisje.
Ze mocht en moest alles vertellen wat er was gebeurd, wat er was en alles in alle eerlijkheid en vertrouwen.
Samen spraken ze in het Swahili.
Alles werd door Patroba opgeschreven en ze vertelde alles.
Na een heel lang liefdevol gesprek was duidelijk wat er nu daadwerkelijk aan de hand was.
Och, het is niet gemakkelijk, maar laten we proberen het in alle eerlijkheid te delen.
Niet om groter of belangrijker gevonden te worden…
Want in alle schroom, in alle nood vertelde ze dat ze bang was.
Bang in de nacht, bang als ze van school naar huis liep; in de nacht was ze bang.
Ze kon nergens anders meer aan denken.
Bang om te sterven… Bang voor de duivel…

We hoorden alles aan en ineens stond de dokter op.
Hij zocht iets, kwam terug met… de Bijbel.
Hij vertelde dat ze niet ziek was en dat ze niet naar Mombasa moest gaan.
Ook geen medicatie nodig had.
Maar wat ze wél nodig had, was de HEERE.
En in alle eerbied en eenvoud legde hij haar uit dat als ze bang was of verdriet had, ze maar moest roepen en zoeken naar Hem.
Hij noemde een aantal Bijbelboeken met Bijbelverzen en ze moest die opzoeken.
Ze mocht ze hardop voorlezen en herhalen.
Ieder woordje, elk vers legde hij uit in alle eerbied.
Ze hoefde niet bang te zijn!
En als ze bang werd of zich verdrietig voelde, moest ze maar bidden tot de Heere.
Roepen noemde hij het. Tot Hem!

Stil keken we toe, hoe de dokter de Bijbelverzen noemde.. Ze ze samen opzochten en hij ze uitlegde.
We luisterden naar hen en zullen deze les, deze gebeurtenis, nooit meer vergeten.

De woorden van de dokter waren duidelijk en helder.
De duivel zal er alles aan doen om het leven van mensen en kinderen te verstrooien.
Ze heeft een vriendinnetje dat haar bang maakte, waardoor ze radeloos werd.
Hulpeloos, verdrietig en bang.
Ze had vragen, geestelijke vragen! Ze had nood.
En niemand begreep haar, zelfs haar eigen moeder niet…..

De Bijbel werd erbij gehaald, geen medicatie of woorden van mensen.
Maar op het allerbelangrijkste werd gewezen.

Wat moet ze zich hulpeloos gevoeld hebben.
Maar Patroba vertelde dat er juist voor hopelozen nog genadetijd is.
En dat de Heere erom gesmeekt wil worden.
Roep Hem maar aan, zoek maar in je Bijbel, iedere keer weer opnieuw.

Met deze wijze raad en les namen we afscheid van Rose en de leraar.
We beloofden haar morgen een Bijbel te geven en een boekje waarin ze al haar vragen en zorgen mag opschrijven.
En ze mag nog een aantal keren terugkomen naar de dokter, niet voor medicatie, maar voor een luisterend oor en geestelijke raad.

Oh, wat moesten we denken aan het boek:
De gulden middenweg.
Allemaal op reis, naar de eeuwigheid.
Zoveel mensen, zoveel zielen, zoveel keuzes, afleidingen.

We hopen morgen bij gezondheid weer naar de school te gaan.
We blikken terug op een bijzondere dag, die ons stil maakt.
Beseffend in wat voor een wereld we leven.
Of we nu rijk zijn of arm, bruin of wit.
We zijn allemaal op reis naar die nimmer eindigende eeuwigheid.
Laten we niet eerder rusten voordat we weten een Borg te hebben voor onze ziel.
We leven nog in de genadetijd.

Een hele lieve, warme groet van ons uit Kenia.

 

 

“Geeft gij hun te eten”